Hans Janssen
Mail voor nadere informatie
geboren in 1952 in een klein dorp bij Nijmegen. Hij is de zoon van een begenadigd aquareliste, zijn vader was schrijver. Zelf volgde hij de kunstacademie in Amersfoort (later "Artibus")

Hij opende na het behalen van het diploma "toegepaste kunst" in 1976, in de traditie van zijn familie een keramisch atelier: "de Pinguin", met op Coolenbrander geinspireerde decoraties.

Het glazuren en decoreren bleek interessanter, dan de pot waar het glazuur op zat, dus was de overstap naar glas ( glazuur zonder scherf eigenlijk) onvermijdelijk.
Aanvankelijk het platte vlak, denk aan brandschilderen en glas in lood.

De opkomst van compatible glas in verschillende kleuren was de start van een nieuw avontuur: kunstramen met gefusede delen en totaal gefusede ramen.

Toen gebeurde er iets wonderlijks: uit een raam verscheen een drie-dimensionaal gezicht: het kwam los van zijn omlijsting.



Techniek gezichten in glas

Hans Janssen over zijn Koppige kunstkoppen

Na mijn opleiding aan de academie voor beeldende vorming ben ik in de jaren tachtig begonnen
als zelfstandig keramist. Met handgevormd aardewerk met decoraties in jugendstil-stijl. Het maken van glazuren bleek interessanter dan het werken met klei. Met name de transparantie van het glazuur, de effecten en kleurenrijkdom simpelweg door een oxide toe te voegen, had zijn bijzondere bekoring. Het weglaten van de klei was een logische volgende stap.
Via het brandschilderen van glas kwam ik uit bij het maken en ontwerpen van glas-in-lood in de breedste zin van het woord.

Ik ontdekte dat de effecten die ik bij het glazuurmaken kon bereiken ook met de moderne fuse-technieken (zie toelichting onder voor de techniek)  behaald kunnen worden. Aanvankelijk gebruikte ik deze technieken bij het maken van glas-in-lood ramen: om er meer diepte in te kunnen brengen en om kleurovergangen te maken. Gaandeweg ontstond het idee om ook driedimensionaal te gaan werken en los te komen van het platte vlak.

Hierdoor ben ik begonnen met het vervormen van heet glas door middel van slumpen (zie onderstaande toelichting)  oftewel het laten zakken van het glas in een vorm. Vloeibaar glas zoekt het diepste punt op; wil je met dat vloeibare glas driedimensionaal werken dan zijn de juiste temperatuur van het glas en de vorm waarin het glas zakt van essentieel belang.

Mijn koppen lijken met glas geboetseerd te zijn; ze voegen een extra dimensie toe aan de
glaskunst doordat ze met de hand gevormd lijken. Ze zijn wat de uitdrukkingswaarde betreft het best te vergelijken met keramiek en brons maar dan natuurlijk transparant en met een oneindige kleurenrijkdom. De ontwikkeling die de koppen doormaken is zichtbaar: de hoofden van het eerste uur zijn duidelijk vlakker en minder kleurrijk. Om tot steeds betere resultaten te komen is ook de overschakeling van het goedkopere float naar de ‘exotische’ glassoorten noodzakelijk gebleken: op den duur blijkt float niet spanningsvrij, zeker als je ‘pigmenten en andere effectstoffen’ gebruikt. Bij de
grotere werken heeft dit, vooral als ze ook nog buiten staan, breuk als gevolg. En dat kun
je in een galerie en zeker bij een reeds verkocht beeld, niet hebben.
Het dure exotische glas wordt in een dusdanige kleurenrijkdom aangeboden, dat
terughoudendheid in het gebruik geboden is om de vorm niet in te veel kleur te laten opgaan.

Nominatie
Het toepassen van glas in deze beeldende vorm (letterlijk) heeft geleid tot een nominatie
als meest vernieuwende ondernemer van de stad Nijmegen van het jaar 2006.
Na enkele jaren van voorbereidend experimenteren heb ik op de glasbeurs te Horn en Leerdam dit jaar voor het eerst deze kunstvorm aan het publiek getoond. Ik werd door het kijkend publiek beloond voor mijn inspanning doordat het in kopend publiek veranderde. Ook waren er verwegend positieve reacties van galeriehouders en collega’s. Een enkeling vroeg waarom ik
koppen maakte. Ik antwoord dan dat ik iets anders dan schalen en vazen wil maken, want al noemt men het tegenwoordig gralen, het blijven, gewoon schalen. Op de latere beurs in
Leerdam zag ik dat een enkeling ook een poging had gewaagd een gezicht in glas te maken. Hij was degene die me eerder had gevraagd hoe ik dat toch deed. Het deed me genoegen dat collega’s het zo bijzonder vinden dat zij het ook willen kunnen, maar dat het tegelijkertijd inderdaad zo bijzonder blijkt dat ze dat nog niet lukt: deze weg is geplaveid met teleurstellingen en mislukkingen en je moet erg koppig zijn om niet op te geven.

Ik ben wel eens om 3.00 uur ’s nachts opgestaan omdat ik me realiseerde dat de oven misschien wel ver genoeg afgekoeld was om te kijken of een bepaald experiment gelukt was.
De oven bleek toch nog iets te heet en een veelbetekenénd ‘pieengg’ bij het openen luidde
het mislukken van het experiment in!
Ook kwam ik wel gehaast aanlopen met een prachtig gelukt groot beeld waarbij ik in mijn
enthousiasme vergat de deur te openen waar ik doorheen moest…. Een assistent die zich
vergiste in het gewicht en over zijn eigen ‘dode punt’ heen kiepte, het beeld trok als een
dominosteen nog een aantal andere mee. Een auto vol beelden, op weg naar een belangrijke,grote galerie, te laat, verdwaald en daardoor net iets te gehaast over een
verkeersdrempeltje met alweer het bekende ‘pieengg’. Enz. enz.

Op aanraden van Loek Hermans, voorzitter MKB Nederland, wil ik mijn productieproces
beschermen door octrooi aan te vragen en een innovatiesubsidie om dat te kunnen
bekostigen.De vormen worden steeds uiteenlopender, de gezichten extremer, de kleuren gewaagder: ik ben voorlopig nog wel even bezig.

Tekst gebruikt met toestemming van Hans Janssen


De techniek van het fusen

Fusing is in feite het aan elkaar smelten van meerdere stukken glas. In feite kan hiervoor ieder soort glas gebruikt worden, maar er zitten wat dat betreft behoorlijk wat 'regeltjes' achter. Glas heeft namelijk, net zoals alle andere materialen 'last' van uitzetten als het warmer wordt en krimpen als het kouder wordt. De mate van uitzetting wordt uitzettingscoëfficient genoemd. In het engels wordt dit afgekort tot COE (Coefficient Of Expansion). Als de stukken glas niet hetzelfde uitzettingscoëfficient hebben, dan zal er tijdens het verwarmen of afkoelen dusdanig veel spanning tussen de glasplaten ontstaan dat deze zullen barsten.

Zodra er stukken glas aan elkaar worden gesmolten die uit een en dezelfde plaat worden gehaald, dan zal het wel goed zitten met deze uitzetting. Zodra er echter stukken glas uit meerdere platen worden gebruikt, dan dienen deze platen dezelfde uitzettingscoëfficient te hebben anders zal het werkstuk gegarandeerd barsten. Om er zeker van te zijn dat het glas dezelfde uitzettingscoëfficient heeft (compatibel is) wordt er door een aantal fabrikanten zogenaamd 'Tested Compatible' glas gemaakt.

De grotere fabrikanten van 'Tested Compatible' glas zijn in feite in drie stromingen (COE waarden) onder te verdelen. De eerste die Compatible glas maakte was Bullseye. Deze maakt glas met een COE van 90. Spectrum heeft met System-96 een type glas op de markt gezet met een COE van 96. Uroboros maakt glas in beide COE factoren. Los daarvan is er nog Artista met een glaslijn in COE 94. Buiten platen glas, wordt er ook glas geleverd in kleine stukjes (frits). Deze stukjes kunnen in grootte uiteenlopen van 8 mm tot poeder. Ook zijn er zogenaamde rods (staven van ongeveer 6 mm doorsnede) en stringers (staven van 2-3 mm doorsnede) beschikbaar om speciale effecten te kunnen bereiken. Moretti maakt ook glasstaven. Deze worden over het algemeen gebruikt bij beadmaking (het maken van kralen). Moretti heeft een COE van 104 (en soms zelfs hoger) waardoor het niet gebruikt kan worden in combinatie met een van de hierboven genoemde glassoorten. Over het algemeen is het zo dat, hoe hoger de COE waarde, hoe lager het smeltpunt van glas zal zijn.

Om glas aan elkaar te kunnen smelten zal het eerst min of meer vloeibaar moeten worden. Een van de eigenschappen van vloeibaar glas is dat het een hoge cohesie (interne aantrekkingskracht) heeft. Daardoor wil het glas altijd naar elkaar toetrekken. Dit gaat echter niet oneindig door. Het glas heeft het liefste een dikte van ongeveer 6 mm. Dit is de dikte van ongeveer twee platen glas op elkaar. Als er een enkele plaat wordt gefused, dan zal het totale werkstuk een beetje 'krimpen' en dat zal in het eindresultaat zichtbaar zijn. Als er drie platen op elkaar worden gefused krijg je juist het omgekeerde effect. Doordat het glas naar 6 mm dikte toe wilt gaan, zal het uiteindelijke werkstuk iets groter worden. Deze eigenschappen zijn er de oorzaak van dat er over het algemeen wordt gefused met twee platen glas op elkaar. Wel worden hier soms stinger of frit aan toegevoegd om een bepaald effect te bereiken.


De techniek van het slumpen

Het slumpen is in feite het in of over een vorm laten zakken van een (gefused) stuk glas. Doordat het glas op een bepaalde temperatuur min of meer vloeibaar gaat worden, zal het langzaam maar zeker in de betreffende vorm gaan zakken en dus het model van die vorm gaan aannemen. Door de verschillen in uitzettingscoëfficient tussen het glas en de mallen, wordt over het algemeen een kleivorm gebruikt om glas IN te slumpen en een stalen mal om glas OVER te slumpen. Dit laatste wordt ook wel draping genoemd. Als de soorten mallen andersom worden gebruikt (dus staal om IN te slumpen of klei om OVER te slumpen) dan zal het glas een hele grote kans lopen om te breken.


Tekst met toestemming over genomen van Scherven brengen geluk







De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Hans Janssen

De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Hans Janssen

De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Hans Janssen


De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Hans Janssen























De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Hans Janssen

De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Hans Janssen

De Beeldenstorm galerie beeldentuin - Hans Janssen







 

Landgoed Maple Farm
De Beeldenstorm - Galerie Beeldentuin - Roosendaalsebaan 4
4744 SM Bosschenhoofd (Roosendaal) - Provincie Noordbrabant
Tel nr 0031 (0)165-340333 - email adres NVDBS@freeler.nl